Ambassadeur Manorma Soekhnandan heeft in het programma Welingelichte Kringen op ABC kritiek geuit op de manier waarop Suriname omgaat met de realisatie van de Corantijnbrug. Volgens haar roept de discussie over de financiering vragen op en kan de aanpak het imago van Suriname als betrouwbare partner schaden.
Soekhnandan benadrukt dat al sinds 2010 wordt gesproken over de bouw van de brug. In de afgelopen jaren zijn verschillende gesprekken gevoerd over de realisatie en financiering. Suriname richtte zich aanvankelijk op China en later op de Islamitische Ontwikkelingsbank (IDB) voor ondersteuning.
De ambassadeur stelt dat de Corantijnbrug vanaf het begin werd gezien als onderdeel van een groter regionaal project: de ontsluiting van Zuid-Amerika, met verbindingen tussen Venezuela, Guyana, Frans-Guyana en Brazilië. Suriname en Guyana hebben volgens haar gedurende het hele traject gezamenlijk opgetrokken en ook samen gewerkt aan het ontwerp.
Volgens Soekhnandan staat in geen enkel gezamenlijk communiqué (joint communiqué) dat Suriname van plan was om de brug volledig zelf te financieren. “De vraag is op welk moment Suriname heeft aangegeven zelf te willen financieren”, zegt zij. Zij vraagt zich af waarom deze koers is gekozen en welke argumenten daaraan ten grondslag liggen.
“Dit komt niet professioneel over. En het zet ons in een onbetrouwbare situatie. Hoe gaat de wereld naar ons kijken?”, aldus Soekhnandan. Zij trekt daarbij een vergelijking met het voorgenomen brugproject met Frans-Guyana. Ook daar duurt de realisatie volgens haar al jarenlang zonder concreet resultaat. ‘Dit komt niet professioneel nodig. En het zet ons in een onbetrouwbare situatie. Hoe gaat de wereld naar ons kijken’, zegt Soekhnandan.
Volgens de ambassadeur moet Suriname oppassen dat het niet het beeld creëert van een land dat afspraken niet effectief kan uitvoeren. ‘Wat maakt dat wij in Suriname, als het komt op de implementatie, dat het zolang neemt? Dit is boven de 30 jaren dat we met Frans-Guyana bezig zijn. Met Guyana zijn we 16 jaren bezig. Het kan niet. We komen zo amateuristisch, onprofessioneel en onbetrouwbaar over’, aldus Soekhnandan.







