
Rond de toepassing van de Wet In Staat van Beschuldiging Stelling Politieke Ambtsdragers (WIPA) bestaan volgens advocaat Hugo Essed nog altijd verschillende misvattingen. Dat is hem opgevallen na de discussies en motiveringen in De Nationale Assemblée gisteren, tijdens de behandeling van het verzoek van de procureur-generaal om drie voormalige ministers in staat van beschuldiging te stellen.
Volgens Essed bleek uit de beraadslagingen dat er een onjuiste interpretatie bestaat van de rol die het parlement op grond van de WIPA vervult. Hij verwijst daarbij naar uitspraken van commissievoorzitter Rabin Parmessar, die had aangegeven de procureur-generaal te willen horen over de vraag waarom in het ene geval wel om gevangenneming is verzocht en in het andere niet.
Juist dergelijke afwegingen behoren volgens de advocaat niet tot de taak van het parlement. De Assemblee dient uitsluitend te beoordelen of de vervolging van voormalige politieke ambtsdragers kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Het vervolgingsbeleid van het Openbaar Ministerie zou daarbij geen onderwerp van beoordeling mogen zijn.
Ondanks deze volgens hem onjuiste benadering, is het parlement uiteindelijk wel tot de juiste conclusie gekomen. Essed stelt dat binnen De Nationale Assemblée voldoende rechtsbesef aanwezig was om geen onderscheid te maken tussen voormalige bewindspersonen en andere burgers.






