De staat is in verschillende zaken veroordeeld tot het betalen van aanzienlijke bedragen, die gezamenlijk in de honderden miljoenen kunnen lopen. In veel gevallen komt er volgens haar pas beweging in de afhandeling wanneer daadwerkelijk executoriale maatregelen worden getroffen.
Essed benadrukt dat niet op alle staatsbezittingen beslag kan worden gelegd, omdat de overheid haar werkzaamheden moet kunnen blijven uitvoeren. Zij maakt zich echter zorgen over een wetsvoorstel waarbij de lijst van roerende en onroerende goederen waarop geen beslag kan worden gelegd, verder wordt uitgebreid.
“Er zal op bijna niets meer beslag kunnen worden gelegd”, waarschuwt Essed. Zij noemt de initiatiefwet daarom een “vrijbrief voor de staat om niet te betalen”, nadat de rechter de staat daartoe heeft veroordeeld.
Volgens Essed is dat een zeer ernstige ontwikkeling. “De staat kan niet enerzijds deelnemen aan het rechtsverkeer, maar anderzijds een vrijbrief creëren om haar eigen consequenties te ontlopen”, stelt zij. De advocaat spreekt van een regelrechte uitholling van de executoriale kracht van rechterlijke vonnissen.






