
Ingezonden:
Betreft: Voorgenomen openbaarmaking van namen van uitkeringsgerechtigden, waaronder personen met een beperking, in het kader van de opschoning van bestanden
Op 11 september 2026 gaf de minister van Sociale Zaken en Volkshuisvesting, mevrouw Diana Pokie, in het programma Bakana Tori van Clif Limburg (LIM FM) aan dat de bestanden van uitkeringsgerechtigden, waaronder personen met een beperking, opgeschoond moeten worden omdat deze vervuild zouden zijn. Daarbij deelde zij mee dat de namen van personen die in aanmerking komen voor een uitkering voortaan openbaar gemaakt zullen worden, en dat de lijst ook gedeeld zal worden met de districtscommissarissen. Het doel hiervan is, volgens de minister, sociale controle: de gemeenschap zou moeten kunnen nagaan of de mensen op de lijst de uitkering werkelijk nodig hebben.
Stichting Wan Okasi, de belangenorganisatie van personen met een beperking, voelt zich genoodzaakt hierop publiekelijk te reageren. Onze positie laat zich samenvatten in drie punten: wij steunen het opschonen van het bestand, wij verzetten ons tegen de publieke bekendmaking van namen, en wij vragen de minister om eerst duidelijk te maken op grond van welke wettelijke bevoegdheid dit zou gebeuren.
Steun voor het doel, zorgen over de methode
Wan Okasi onderschrijft volmondig het streven van de minister om een einde te maken aan een jarenlang probleem: een vervuild bestand waarin ook personen zijn opgenomen die geen recht hebben op een uitkering. Dit ondermijnt het draagvlak en de beschikbare middelen voor degenen die de ondersteuning werkelijk nodig hebben. Dit voornemen verdient steun en medewerking van eenieder, ook van de burger, en de minister mag hierin door niemand worden verhinderd.
Tegelijkertijd geeft een legitiem doel de minister geen vrijbrief om elk middel te gebruiken. Het openbaar maken van namen van uitkeringsgerechtigden, en het delen van deze lijst met districtscommissarissen ten behoeve van sociale controle, roept naar de overtuiging van Wan Okasi ernstige vragen op over de rechtmatigheid, de proportionaliteit en de noodzakelijkheid van deze aanpak.
1. Op grond van welke wettelijke bevoegdheid?
Wan Okasi verzoekt de minister om, voorafgaand aan enige verdere stap, helder aan te geven op grond van welke wettelijke bepaling het ministerie bevoegd is om namen van uitkeringsgerechtigden openbaar te maken, en op grond van welke bepaling deze gegevens aan derden, waaronder districtscommissarissen, verstrekt zouden mogen worden.
Dit zijn overigens twee verschillende handelingen die elk afzonderlijk moeten worden beoordeeld. Openbaarmaking aan het publiek is het meest verstrekkend en raakt het diepst aan de privacy van de betrokkene. Verstrekking aan districtscommissarissen is een andere handeling; ook daarvoor geldt echter dat het ministerie moet aangeven welke gegevens daarvoor precies nodig zijn, op welke wettelijke grondslag dit gebeurt, en welke waarborgen voor de betrokkene gelden.
2. Privacy is geen onderhandelbaar detail
Het gaat hier om persoonsgegevens die rechtstreeks verband houden met iemands beperking, gezondheid en het ontvangen van een sociale voorziening. Suriname heeft in 2017 het VN-Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Beperking (CRPD) geratificeerd. Artikel 22 van dit verdrag beschermt uitdrukkelijk de privacy, eer en reputatie van personen met een beperking, ook ten aanzien van persoonlijke, gezondheids- en revalidatiegegevens.
Een openbare lijst brengt het risico met zich mee dat mensen worden blootgesteld aan het oordeel van hun omgeving, niet alleen over de vraag of zij de uitkering werkelijk nodig hebben, zoals de minister als doel heeft genoemd, maar in de praktijk ook over de vraag of hun beperking wel “echt” is. Het ministerie is een instantie die mensen hulp en begeleiding hoort te bieden, en dat dient met respect en met eerbiediging van hun privacy te gebeuren.
3. Risico op stigmatisering door sociale controle
Ook wanneer sociale controle wordt gepresenteerd als middel om misbruik tegen te gaan, kan het publiek bekendmaken van de identiteit van uitkeringsgerechtigden ertoe leiden dat individuele burgers zich tegenover buren, familie of een districtscommissaris moeten verantwoorden over hun beperking en hun financiële situatie.
Dat brengt het risico met zich mee dat stereotypen en stigmatisering worden versterkt in plaats van bestreden, wat op gespannen voet staat met de doelstelling van artikel 8 van het CRPD, dat de staat juist verplicht tot het bestrijden van stereotypering. Velen van de betrokkenen kampen al met schaamte of een minderwaardigheidsgevoel; deze aanpak kan dat gevoel onbedoeld versterken.
4. Administratieve problemen mogen niet worden afgewenteld op de burger
Indien een bestand vervuild is geraakt, ligt de oorzaak bij het beheer, de controle en de intake van het ministerie, niet bij de burger die te goeder trouw een uitkering ontvangt. Indien sprake is van onvolledigheden, verouderde gegevens of onjuiste registraties, dient het ministerie daarvoor een zorgvuldig correctie- en verificatieproces in te richten, zonder de gevolgen daarvan, in de vorm van blootstelling of sociale druk, af te wentelen op mensen die niets fout hebben gedaan.
5. Signalen over gebrekkige communicatie bij lopende uitkeringen
Wan Okasi ontvangt meldingen van personen die aangeven dat zij de koopkrachtversterking en andere uitkeringen niet langer ontvangen, of dat hun aanvraag is afgewezen, zonder dat hen vooraf een duidelijke, schriftelijke reden is medegedeeld.
Zij geven aan zelf, met eigen tijd en op eigen kosten, van instantie naar instantie te moeten gaan om te achterhalen wat er is gebeurd, wat voor personen met een beperking extra drempels en kosten met zich meebrengt, bijvoorbeeld voor vervoer of begeleiding.
Indien deze signalen kloppen, betekent dit dat de bewijslast in de praktijk wordt omgedraaid: niet het ministerie legt uit waarom een besluit is genomen, maar de burger moet dat zelf achterhalen. Wan Okasi vraagt de minister om dit punt serieus te onderzoeken, juist omdat hetzelfde patroon zich dreigt te herhalen, in nog zwaardere vorm, bij de voorgenomen opschoning van het bestand.
6. Voorwaarden voor een rechtmatige en respectvolle opschoning
Wan Okasi is van mening dat medewerking van de burger aan een schoon en houdbaar bestand geen probleem hoeft te zijn, mits dit gebeurt via duidelijke, individuele en vertrouwelijke regels, zonder dat de identiteit van mensen wordt prijsgegeven. Voordat met de opschoning wordt begonnen, dient het volgende in orde te zijn:
- Heldere, objectieve criteria op basis waarvan een aanvraag wordt goed- of afgekeurd, vooraf bekendgemaakt aan alle betrokkenen.
- Voorafgaande, individuele kennisgeving aan elke betrokkene voordat een uitkering wordt herzien of stopgezet, met de gelegenheid om de gegevens te controleren en aan te vullen.
- Individuele, schriftelijke motivering aan elke aanvrager wiens aanvraag wordt afgewezen of ingetrokken: wat de reden is en welk bewijs eventueel ontbreekt. Geen mondelinge afhandeling en geen besluiten zonder opgaaf van reden, zoals nu bij de koopkrachtversterking en de diverse aanvragen van uitkeringen gebeurt.
- Een redelijke termijn waarbinnen ontbrekende informatie of documentatie kan worden aangevuld.
- Een duidelijke, toegankelijke en onafhankelijke mogelijkheid tot bezwaar en beroep tegen een besluit, waarbij de burger tijdig wordt geïnformeerd over de procedure, de termijnen en de bevoegde instantie.
- Verwerking van persoonsgegevens uitsluitend intern, door bevoegde ambtenaren, nooit openbaar en nooit gedeeld met derden zoals districtscommissarissen zonder een aangetoonde wettelijke grondslag.
- Toegankelijke communicatie, formulieren en procedures voor personen met verschillende beperkingen, met daadwerkelijke ondersteuning voor wie die nodig heeft bij het doorlopen van de procedure.
- Fraudebestrijding via interne gegevenscontrole, periodieke verificatie, koppeling van overheidsbestanden waar wettelijk toegestaan, controle op overlijdensgevallen en dubbele registraties, individuele herbeoordeling bij twijfel, en een vertrouwelijk meldpunt, met sancties gericht op de individuele fraudeur en niet op de gehele doelgroep, in plaats van publieke bekendmaking.
Pas wanneer dit kader aantoonbaar op orde is, kan op een verantwoorde en rechtmatige wijze met de opschoning worden gestart.
Conclusie en oproep
Wan Okasi steunt de minister volledig in haar streven naar een eerlijk en houdbaar systeem van sociale voorzieningen, en roept alle betrokkenen op om daaraan mee te werken. Tegelijkertijd vraagt Wan Okasi de minister met klem om, voorafgaand aan enige openbaarmaking of verstrekking van namen, de wettelijke grondslag daarvoor bekend te maken, en om af te zien van publieke bekendmaking van namen zolang deze grondslag en de hierboven genoemde waarborgen niet aantoonbaar op orde zijn.
Wij vragen in plaats daarvan om een traject waarin transparantie, motivering, toegankelijkheid en een onafhankelijke beroepsmogelijkheid vooropstaan, zodat het bestand op een rechtmatige wijze wordt opgeschoond, zonder dat de meest kwetsbare groep in onze samenleving de rekening betaalt in waardigheid en privacy.
Wan Okasi is te allen tijde bereid om hierover met het ministerie in gesprek te gaan en constructief mee te denken over een aanpak die zowel rechtmatig als effectief is.
Namens Stichting Wan Okasi,
Aniel Koendjbiharie
Voorzitter, Stichting Wan Okasi






