
De Surinaams-Nederlandse schrijfster Ellen Ombre is zondag 14 juni op 77-jarige leeftijd overleden na een langdurig ziekbed. Dat heeft geleid tot reacties uit de literaire wereld, waaronder die van Michiel van Kempen, die haar omschrijft als een belangrijke Surinaamse auteur.
Volgens Van Kempen onderscheidde Ombre zich doordat zij zich nooit liet meeslepen door heersende stromingen of maatschappelijke modes. “Ze heeft laten zien dat ze met geen enkele wind meewaaide,” zegt hij.
Ombre werd op 8 december 1948 geboren in Paramaribo en verhuisde in 1961 naar Nederland. Voordat zij zich volledig op het schrijverschap richtte, werkte zij als medisch-maatschappelijk werker bij een huisartsenpraktijk in Amsterdam. Haar eerste literaire publicaties verschenen in tijdschriften en in NRC. Deze bijdragen vormden later de basis voor haar debuutbundel Maalstroom, die in 1992 verscheen.
In haar oeuvre stond vaak de vraag centraal wat er gebeurt wanneer mensen zich tussen verschillende culturen bewegen. Haar personages bevinden zich veelal op de grens van werelden en proberen hun plaats te vinden in een samenleving die verschilt van hun oorspronkelijke leefomgeving. Daarbij speelde ook de complexe koloniale geschiedenis van Suriname een belangrijke rol.
Van Kempen wijst erop dat Ombre al vroeg aandacht besteedde aan onderwerpen die later veel besproken zouden worden. Zo schreef zij over de koloniale verhoudingen en de manier waarop deze zowel de gekoloniseerde als de kolonisator beïnvloeden. Na haar debuut volgden onder meer de verhalenbundels Vrouwvreemd en Valse verlangens. Daarnaast schreef zij het autobiografische reisverslag Wie goed bedoelt en de romans Negerjood in moederland, Erfgoed en Last.
Met haar overlijden verliest de Surinaamse en Nederlandstalige literatuur een schrijver die gedurende ruim drie decennia een eigenzinnige en kritische bijdrage leverde aan het debat over identiteit, migratie en de doorwerking van het koloniale verleden.






