
Suriname heeft tijdens de VN-Biodiversiteitsconferentie COP17 in Armenië gepleit voor eerlijke, tijdige en voorspelbare internationale financiering voor landen die hun natuur beschermen. Minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu bracht dit standpunt op 27 oktober naar voren tijdens het hoge overlegsegment van de conferentie in Jerevan.
Brunings benadrukte het belang van de Surinaamse bossen en mangrovegebieden voor biodiversiteit en kustbescherming. Ook wees hij op de belangrijke rol van Inheemse en Tribale Volken bij het beheer van deze ecosystemen. Volgens hem moeten landen die hun natuurgebieden intact houden, daarvoor internationale erkenning en financiële ondersteuning krijgen.
De minister noemde ongereguleerde goudwinning en stroperij als belangrijke bedreigingen voor de natuur. Daarnaast is Suriname als laaggelegen kustland kwetsbaar voor de gevolgen van zeespiegelstijging. Het behoud van mangroven is daarom niet alleen van belang voor de biodiversiteit, maar ook voor de bescherming van de kust.
Tijdens de conferentie heeft Suriname ook aandacht gevraagd voor het Cali Fund. Via dit fonds kunnen bedrijven die digitale genetische informatie van planten, dieren en andere organismen gebruiken, bijdragen aan natuurbehoud en een eerlijke verdeling van de voordelen. De landen hebben afspraken gemaakt over de verdere uitvoering en verdeling van de middelen. De financiële bijdragen van bedrijven blijven vooralsnog vrijwillig.
COP17 heeft daarnaast de Yerevan Pathway aangenomen. Deze gezamenlijke route moet de uitvoering van de mondiale biodiversiteitsdoelen voor 2030 versnellen. Uit de eerste wereldwijde beoordeling blijkt dat de landen gezamenlijk nog niet op koers liggen om die doelen te halen. De afspraken richten zich onder meer op betere uitvoering van nationale plannen en meer financiële, technische en wetenschappelijke ondersteuning aan ontwikkelingslanden.
Suriname heeft zijn Nationale Biodiversiteitsstrategie en Actieplan 2024–2035 afgestemd op het mondiale biodiversiteitskader en het zevende nationale biodiversiteitsrapport ingediend. Het land blijft pleiten voor een financieringssysteem dat landen daadwerkelijk in staat stelt hun ecosystemen duurzaam te beschermen.
Hoewel COP17 criteria heeft vastgesteld voor de toekomstige inrichting van het financiële mechanisme van het biodiversiteitsverdrag, is er nog geen concrete garantie voor de meerjarige financiering waar Suriname om vraagt. De verdere institutionele uitwerking wordt tijdens COP18 voortgezet.






