
Spanje heeft zondag voor de tweede keer in de geschiedenis de FIFA Wereldbeker veroverd. In de finale versloegen de Spanjaarden titelverdediger Argentinië met 1-0 na verlenging in het MetLife Stadium in East Rutherford, New Jersey. Ferran Torres maakte in de 106e minuut het enige doelpunt van de wedstrijd.
De finale bleef lange tijd in evenwicht, hoewel Spanje het grootste deel van de wedstrijd domineerde en het meeste balbezit had. Argentijns doelman Emiliano Martínez hield zijn ploeg met meerdere reddingen op de been, waardoor een doelpunt lange tijd uitbleef. Pas diep in de verlenging brak Ferran Torres de ban met een bekeken afronding.
Argentinië moest de slotfase met tien man afwerken nadat middenvelder Enzo Fernández vlak voor het einde van de reguliere speeltijd met een rode kaart van het veld werd gestuurd. De Zuid-Amerikanen wisten ondanks een slotoffensief de achterstand niet meer ongedaan te maken.
Met de overwinning pakt Spanje zijn tweede wereldtitel, zestien jaar na de eerste eindzege in Zuid-Afrika in 2010. De ploeg van bondscoach Luis de la Fuente bekroonde daarmee een sterk toernooi waarin het slechts één tegendoelpunt incasseerde. Voor Argentinië eindigde de jacht op titelprolongatie in mineur. De finale betekende bovendien het afscheid van Lionel Messi op een WK, nadat hij zijn land eerder naar de wereldtitel van 2022 had geleid.







