
President Jennifer Simons benadrukt dat vertrouwen de basis vormt voor een sterke en weerbare financiële sector in Suriname. “Vertrouwen is onze sterkste valuta”, zei het staatshoofd zaterdag 17 oktober 2026 tijdens de eerste editie van de Suriname Banking and Finance Summit 2026 in Hotel Torarica.
De eendaagse summit, gehouden in de Royal Ballroom van het hotel, stond in het teken van het thema ‘Building a Trusted & Resilient Financial Sector for Suriname’s Next Economy’. In aanwezigheid van nationale en internationale bankfunctionarissen en andere hoogwaardigheidsbekleders ging Simons in op de economische kansen die Suriname onder meer door de ontwikkeling van de olie- en gassector tegemoetgaat.
Volgens de president ontstaan er nieuwe mogelijkheden voor economische groei, nieuwe markten voor Surinaamse producten en kansen voor ondernemingen en talent. Zij waarschuwde echter dat kansen alleen niet voldoende zijn om het land verder te ontwikkelen. Daarvoor zijn vertrouwen, een stabiele economie en een betrouwbare financiële sector noodzakelijk.
De regering wil werken aan een economie die meer produceert, meer exporteert en duurzame werkgelegenheid creëert. De financiële sector moet volgens Simons niet alleen betrouwbaar en weerbaar zijn, maar ook bijdragen aan het benutten van de economische mogelijkheden.
Financiële integriteit en internationale beoordeling
Simons wees erop dat de bevindingen uit de Nationale Risicoanalyse (NRA) en het Mutual Evaluation Report (MER) gerichte maatregelen en aantoonbare resultaten vereisen. Met de instelling van de presidentiële Anti-Money Laundering Taskforce (AML-TF) is het coördinatiemechanisme voor de aanpak van tekortkomingen versterkt.
Voor Suriname, als kleine en open economie, zijn internationaal vertrouwen en het behoud van correspondentbankrelaties van groot belang. Dit geldt volgens de president ook met het oog op de beoordeling door de Financial Action Task Force (FATF) in 2027.
Stabiliteit en verantwoord financieel beleid
De regering erkent dat banken en investeerders behoefte hebben aan macro-economische stabiliteit, rechtszekerheid en voorspelbaarheid. Daarom wordt onder leiding van het ministerie van Financiën en Planning gewerkt aan versterking van het begrotingsbeheer, verbetering van de inkomsteninning en verantwoord beheer van de staatsschuld.
Ook de modernisering van de Belastingdienst en de Douane, een doelmatiger besteding van publieke middelen en een betere financiële planning behoren tot de beleidsprioriteiten. In samenwerking met de Centrale Bank van Suriname (CBvS), met respect voor haar onafhankelijkheid, wil de regering werken aan een stabielere macro-economische omgeving waarin inflatie, wisselkoersrisico’s en financiële onzekerheid beter beheersbaar zijn.
Daarnaast wordt gewerkt aan de verdere operationalisering van het Spaar- en Stabiliteitsfonds, met het oog op de toekomstige inkomsten uit de olie- en gassector.
Diversificatie van de economie
Volgens Simons moet Suriname duidelijke economische prioriteiten stellen, omdat niet alle sectoren tegelijkertijd ontwikkeld kunnen worden. De regering richt zich onder meer op landbouw en agro-industrie, toerisme, duurzame bosbouw, logistiek en technologie.
De olie- en gassector mag daarbij niet als een geïsoleerde economie functioneren, maar moet ook bijdragen aan de ontwikkeling van andere sectoren. Een moderne investeringswetgeving is volgens de president van groot belang om dit te ondersteunen. De regering streeft ernaar deze wetgeving in 2027 af te ronden.
Oproep aan de banksector
Simons riep de banken op om op drie gebieden een concrete bijdrage te leveren. Zij moeten optreden als poortwachters van de financiële integriteit, de productieve economie beter helpen financieren en financiële dienstverlening toegankelijker en moderner maken voor alle Surinamers.
De president benadrukte daarnaast dat Suriname een bredere binnenlandse kapitaalmarkt nodig heeft om investeringen en economische groei te ondersteunen.
Van visie naar uitvoering
Tot slot onderstreepte Simons dat de economische toekomst niet alleen tijdens conferenties wordt opgebouwd. Zij nodigde de Surinaamse Bankiersvereniging (SBV) uit om actief deel te nemen aan nationale consultaties en samen met het ministerie van Financiën en Planning, de Centrale Bank en ontwikkelingsinstellingen te werken aan een concrete financieringsagenda.
Die agenda moet aansluiten op de economische prioriteiten van Suriname en voorzien in duidelijke verantwoordelijkheden, realistische termijnen en meetbare resultaten.






