
De door de regering ingestelde prijsplafond (price cap) voor brandstof is noodzakelijk om de economie stabiel te houden, maar op lange termijn niet vol te houden. Dat zegt Edgar Dikan, coördinator van het presidentieel Crisisbeheersingsteam, in gesprek met de Communicatie Dienst Suriname.
Zijn reactie volgt op het besluit van GOw2 om haar brandstofprijzen – onder invloed van internationale ontwikkelingen – te verhogen tot het door de overheid vastgestelde maximum. Hierdoor kosten diesel en unleaded nu respectievelijk SRD 53,27 en SRD 48,32. Het eerdere prijsvoordeel van GOw2 ten opzichte van andere oliemaatschappijen is daarmee verdwenen.
Volgens Dikan is de price cap, die op 18 maart werd ingevoerd, bedoeld om inflatie te beperken en economische rust te bewaren. De maatregel geldt voor alle nieuwe brandstofladingen sinds die datum. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat de regeling financieel zwaar kan gaan drukken op de overheid.
De stijgende internationale brandstofprijzen worden momenteel opgevangen via de zogenoemde government take. “Als het verschil tussen de wereldmarktprijs en de cap te groot wordt, neemt de druk op het overheidsbudget toe. Op een gegeven moment zal je moeten bijstellen”, aldus Dikan. Hij wijst erop dat een situatie kan ontstaan waarbij de overheid zelf moet bijbetalen als het gat groter wordt dan de inkomsten.
Over een mogelijke aanpassing van het prijsplafond zegt de coördinator dat de ontwikkelingen nauwlettend worden gevolgd. “Dat besluit zal tijdig worden genomen door de regering,” stelt hij, verwijzend naar de aanhoudende internationale onzekerheden.
Hoewel de recente prijsstijging merkbaar is voor burgers en bedrijven, benadrukt Dikan dat de prijzen nog binnen de vastgestelde grens blijven. Tegelijk roept hij de samenleving op zuinig om te gaan met brandstof en uitgaven. Efficiënt rijgedrag en kostenbewust ondernemen zijn volgens hem essentieel in deze periode van onzekerheid.







