
President Jennifer Simons pleit voor meer wetenschappelijk onderzoek naar het slavernijverleden van Suriname en de geschiedenis van Afrikaanse beschavingen. Tijdens de Keti Koti-herdenking op woensdag 1 juli legde zij een krans bij het Kwakoe-standbeeld aan de Dr. Sophie Redmondstraat en kondigde zij aan zich in te zetten voor een universitaire leerstoel die zich richt op het slavernijverleden, de Afrikaanse geschiedenis en de bijdrage van Afrikaanse beschavingen aan de wereld.
Volgens het staatshoofd zijn Afrikanen te lang uitsluitend vanuit het perspectief van slavernij belicht. “Afrikanen waren geen slaven; zij waren mensen met koninkrijken, wetenschap, bestuur en een rijke cultuur. Die geschiedenis is te lang verborgen gebleven”, zei Simons.
De president benadrukte ook het belang van de Suriname Heritage Month in augustus, die in het teken moet staan van erfgoed, educatie, verbondenheid en nationale identiteit. Zij riep de samenleving op elkaars geschiedenis beter te leren kennen om zo de nationale eenheid te versterken.
Verder stelde Simons dat de afschaffing van de slavernij op 1 juli 1863 niet moet worden gezien als een geschenk van de kolonisator, maar als het resultaat van het verzet en de moed van de voorouders. Volgens haar heeft de slavernij diepe sporen nagelaten in identiteit, cultuur en waardigheid en is het herstelproces nog niet afgerond.
“Het begint met erkennen, praten, herdenken en begrijpen wat onze voorouders hebben doorstaan. Het gaat pas voorbij als wij samen werken aan herstel”, aldus de president.
De kranslegging vond plaats onder het thema ‘Erkenning, Gerechtigheid en Ontwikkeling’ en werd georganiseerd door het Comité Herdenking Afschaffing Slavernij in samenwerking met de Feydrasi Fu Afrikan Srananman.







