
President Simons weerspreekt dat de regering een contract met mennonieten is aangegaan. Volgens het staatshoofd staat het mensen vrij om gronden aan te vragen voor agroproductie, maar is besloten geen landbouwgrond meer in huur uit te geven, omdat anders “we gronden verliezen”.
Simons stelt dat er al voldoende onbenutte landbouwgrond beschikbaar is in de kustvlakte. Daarom is gekozen voor het verstrekken van grondcontracten, terwijl de uitgifte van gronden in het binnenland wordt herzien.






