
Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft uitleg gegeven over de visserijovereenkomst tussen Suriname en Venezuela, naar aanleiding van recente berichtgeving en reacties uit de samenleving.
Volgens het ministerie gaat het niet om een nieuwe overeenkomst die tweehonderd extra Venezolaanse boten toegang geeft tot de Surinaamse wateren. Het gaat om het actualiseren van een bestaande visserijrelatie die sinds 1986 door verschillende overeenkomsten wordt geregeld. De laatste overeenkomst dateert van 2007.
De Venezolaanse vaartuigen krijgen volgens LVV geen vrije toegang tot de Surinaamse wateren. Elk vaartuig moet beschikken over een Surinaamse visvergunning en zich houden aan de Surinaamse wet- en regelgeving. Bij overtredingen kunnen onder meer boetes of intrekking van de vergunning volgen.
De nieuwe afspraken moeten daarnaast zorgen voor meer controle en monitoring. Daarbij wordt onder meer gebruikgemaakt van VMS/AIS, inspecties, waarnemers en uitwisseling van informatie over vaartuigen en vangsten.
De vangsten moeten centraal worden aangeland bij CEVIHAS of een andere door LVV aangewezen haven. Daarna worden de visproducten naar Surinaamse verwerkingsbedrijven vervoerd. Volgens het ministerie levert deze keten inkomsten en werkgelegenheid op en is deze ook van belang voor de export.
LVV zegt dat een actuele overeenkomst nodig is om de visserij juridisch duidelijk vast te leggen en te voldoen aan internationale regels rond illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IUU). Ook moet dit bijdragen aan het herstel van de export van bepaalde visproducten naar onder meer de Verenigde Staten.
Het ministerie benadrukt dat de Venezolaanse vaartuigen onder de Surinaamse regels blijven vissen en dat Suriname bevoegd blijft om maatregelen te nemen voor het beheer en de duurzaamheid van de visbestanden.






