
De kantonrechter heeft op 23 juni 2026 uitspraak gedaan in het geschil tussen bouwbedrijf Baitali N.V. en de Staat Suriname. Daarbij werden de vorderingen van Baitali afgewezen, terwijl de rechter grotendeels meeging in de tegenvorderingen van de Staat.
Baitali had opnieuw de gang naar de rechter gemaakt omdat volgens het bedrijf onvoldoende uitvoering was gegeven aan een eerder vonnis van 10 juli 2025. Het bedrijf eiste onder meer inzage in documenten die door het ministerie van Openbare Werken aan de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) waren verstrekt in het kader van een aanbestedingsprocedure. Daarnaast wilde Baitali dat de eerder opgelegde dwangsommen tegen de Staat werden verhoogd.
Volgens Baitali was er sprake van onregelmatigheden binnen de aanbestedingsprocedure en zou de Staat buiten het formele aanbestedingskader om contact hebben onderhouden met een andere inschrijver. De Staat weersprak deze beschuldigingen en stelde dat de aanbestedingsregels correct waren gevolgd en dat de gevraagde documenten geen betrekking hadden op Baitali.
De kantonrechter oordeelde dat Baitali niet had voldaan aan de wettelijke voorwaarden om inzage in de gevraagde documenten te krijgen. Ook werd geoordeeld dat het eerdere vonnis inmiddels onherroepelijk is geworden en dat een inhoudelijke herbeoordeling van die zaak niet meer mogelijk is via deze procedure.
In een tegenvordering stelde de Staat dat Baitali misbruik maakte van haar executierecht door het eerdere vonnis te blijven gebruiken om druk uit te oefenen, terwijl de Staat reeds gedeeltelijk uitvoering had gegeven aan de rechterlijke uitspraak. De rechter volgde dit standpunt en concludeerde dat verdere executie van het vonnis onevenredige gevolgen zou hebben voor de Staat, het algemeen belang en betrokken derden.
De kantonrechter besloot daarom de verdere executie van het vonnis van 10 juli 2025 te schorsen totdat in een bodemprocedure definitief over het geschil is beslist. Daarnaast kreeg Baitali een verbod opgelegd om de uitvoering van het project te belemmeren of het eerdere vonnis verder te executeren. Aan overtreding van deze verboden zijn dwangsommen verbonden.
Verder werd Baitali veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Met de uitspraak behaalt de Staat een belangrijke juridische overwinning in het langdurige geschil rond de aanbestedingsprocedure.






