
Kennisoverdracht stond centraal tijdens een ontmoeting tussen minister Mike Noersalim en de Pakistaanse ambassadeur Murad Ashraf Janjua op dinsdag 28 april.
Volgens de minister begint ontwikkeling in de landbouwsector met kennis. Tijdens het gesprek werd daarom uitgebreid gesproken over samenwerking op het gebied van landbouw, onderzoek en verwerking van agrarische producten. Zowel Suriname als Pakistan hebben te maken met uitdagingen zoals klimaatverandering en vergrijzing, maar ook een afnemende interesse van jongeren in de landbouw.
Pakistan beschikt over veel ervaring in de agrarische sector en heeft aangeboden deze kennis te delen met Suriname. Zo is ook de mogelijkheid besproken om de bekende Basmati-rijst uit Pakistan in Suriname te verbouwen.
Minister Noersalim gaf aan dat het district Nickerie traditioneel het rijstgebied van Suriname is. Waar vroeger meer dan 100.000 hectare werd ingezaaid, is dat nu teruggelopen tot ongeveer 20.000 hectare. Dit komt onder andere doordat veel deskundig personeel in de afgelopen jaren is weggetrokken.
Via het Anne van Dijk Rijst Onderzoekscentrum Nickerie (ADRON) kunnen nieuwe rijstsoorten worden ontwikkeld, maar dat proces duurt lang. Volgens de minister kan Suriname niet jaren wachten op nieuwe variëteiten.
Het beleid van het ministerie is erop gericht om de export te vergroten en de import te verminderen. Op dit moment wordt ongeveer 65% van het voedsel geïmporteerd en slechts 35% lokaal geproduceerd. Producten zoals soja, maïs en champignons zouden volgens de minister ook in Suriname zelf geproduceerd kunnen worden.
Daarnaast wordt gekeken naar uitbreiding van landbouwactiviteiten buiten de kustvlakte, onder andere in zuidelijker gelegen gebieden.
Om de lokale productie te stimuleren, worden er trainingen georganiseerd voor jonge ondernemers, bijvoorbeeld in de pluimveesector. Dit moet helpen om de sector te versterken en de afhankelijkheid van import te verminderen.






