
VHP-parlementariër Ameerani Jarbandhan heeft de regering gevraagd om een volledig financieel, juridisch en technisch overzicht van het woningbouwproject China–Suriname te Reeberg openbaar te maken. Zij wil duidelijkheid over de geschiedenis van het project, de gemaakte kosten, de wijzigingen van de bouwlocaties en de huidige stand van zaken.
In een brief aan de president, via de voorzitter van De Nationale Assemblée, stelt Jarbandhan dat de publieke uitlatingen van de regering-Simons volgens haar geen volledig beeld geven van de ontwikkelingen rond het project. Zij benadrukt dat er ook onder de vorige regering werkzaamheden zijn verricht om de problemen rond de uitvoering aan te pakken.
Volgens Jarbandhan werd de overeenkomst voor de bouw van 350 woningen in mei 2017 onder de regering-Bouterse ondertekend. In 2019 ontstonden problemen met de beschikbare bouwgrond. De oorspronkelijke locatie, voormalig plantage Altona in Wanica, werd gewijzigd naar Sabakoe Village. Ook deze locatie bleek volgens de parlementariër niet geschikt voor de bouw van 350 woningen.
Jarbandhan stelt verder dat bouwmaterialen vanaf augustus 2019 werden opgeslagen, waarvoor maandelijks US$ 2.000 aan huur verschuldigd was. De openstaande opslagkosten zouden volgens haar een belemmering hebben gevormd voor de start van het project. Zij stelt dat deze kosten onder de regering-Santokhi zijn betaald, waarna verdere stappen konden worden gezet.
Onder die regering werd volgens Jarbandhan een juridische en technische herbeoordeling uitgevoerd door het ministerie van Openbare Werken. Daarbij werd Reeberg als nieuwe bouwlocatie aangewezen. Zij verwijst onder meer naar de goedkeuring van de Raad van Ministers in augustus 2022, een bezoek van minister Riad Nurmohamed aan Reeberg met een Chinese delegatie in april 2023 en het jaarverslag van Openbare Werken over 2023, waarin Reeberg als bouwlocatie wordt vermeld.
De parlementariër erkent dat de woningen tijdens de regeerperiode van Santokhi niet zijn gebouwd. Zij stelt echter dat er in die periode wel stappen zijn gezet om juridische, financiële en technische obstakels weg te nemen.
Aanleiding voor haar verzoek zijn recente uitspraken van minister Tsang over problemen bij het project, waarbij volgens de minister door mismanagement 102 woningen verloren dreigden te gaan. Jarbandhan wil weten welke besluiten tot deze situatie hebben geleid, wie verantwoordelijk was voor de wijzigingen van de bouwlocaties en hoeveel geld vóór en na 2020 verloren is gegaan.
Daarnaast vraagt zij de regering om duidelijkheid over eventuele aanvullende middelen die China beschikbaar heeft gesteld en over de termijn waarop de 350 gezinnen hun woning kunnen verwachten. Ook wil zij weten of de regering bereid is alle financiële, juridische en technische gegevens over het project vanaf 2017 openbaar te maken.
Volgens Jarbandhan moet de volledige geschiedenis van het project in beeld worden gebracht en moet de regering verantwoordelijkheid nemen voor de verdere uitvoering. Zij benadrukt dat het uiteindelijk niet moet gaan om welke regering de eer krijgt, maar om de 350 gezinnen die al bijna tien jaar op een woning wachten.






