
Ingezonden
Dit is een opiniebijdrage over drie kernwaarden van betrouwbare journalistiek: hoor en wederhoor, het vermijden van belangenverstrengeling en het inzien van documenten. Ik schrijf dit omdat de kwaliteit van de Surinaamse media mij zorgen baart, en omdat het publiek de media mag aanspreken op de principes die hen betrouwbaar maken.
Aanleiding
De aanleiding is de recente gang van zaken rond een berichtgeving waarin een document centraal stond, maar de betrokkene niet de kans kreeg dat document in te zien voordat er werd gepubliceerd. Daarnaast is er de bredere vraag of media transparant zijn over de herkomst van hun informatie en over mogelijke belangen. In Suriname laait deze discussie regelmatig op, zonder structurele oplossingen.
Standpunt
Hoor en wederhoor is geen afvinklijstje. Wie publiceert zonder de betrokkene de kans te geven te reageren, schaadt de kwaliteit van de berichtgeving én de geloofwaardigheid van de journalistiek. Daarbij hoort dat de betrokkene de documenten kan inzien waarop de beschuldiging is gebaseerd; zonder die inzage kan hij zich niet adequaat verweren. Hetzelfde geldt voor belangenverstrengeling: een medium dat zakelijke, persoonlijke of politieke belangen verbergt, ondermijnt de onafhankelijkheid die van de journalistiek mag worden verwacht. Redacties moeten wederhoor niet als formaliteit behandelen, belangenverstrengeling vermijden en melden wanneer die onvermijdelijk is, en de betrokkene de documenten laten inzien vóór publicatie.
Onderbouwing
De IFJ Global Charter of Ethics for Journalists (2019) stelt in artikel 1 dat respect voor de feiten en het recht van het publiek op waarheid de eerste plicht van de journalist is. Artikel 5 voegt toe dat urgentie niet voorrang mag krijgen boven verificatie van feiten, bronnen en/of het aanbod van een reactie. De IFJ Bordeaux Declaration (1954) rekent in artikel 8 het aannemen van steekpenningen – voor publicatie of achterhouding – tot een ernstige beroepsfout.
De SPJ Code of Ethics is expliciet over alle drie de kernwaarden: journalisten moeten de subjecten van nieuwsberichtgeving opzoeken om hen te laten reageren op kritiek of beschuldigingen; zij moeten belangenverstrengeling vermijden, feitelijk of schijnbaar, en onvermijdelijke belangen melden; en zij moeten toegang bieden tot bronmateriaal wanneer dat relevant en gepast is. Die laatste bepaling is de expliciete basis voor de eis dat de betrokkene de documenten kan inzien. UNESCO’s Media Development Indicators (2008) noemen transparantie van media-eigendom en toegang tot informatie als kernindicatoren voor mediaontwikkeling.
Ook in Suriname van belang
Toch zien we regelmatig dat berichtgeving gebaseerd is op eenzijdige verklaringen, op informatie via sociale media, of op documenten waarvan de herkomst niet volledig is vastgesteld. De betrokkene wordt dan niet of pas laat gehoord. Soms ontstaat de schijn van belangenverstrengeling doordat media nauw verbonden zijn met de persoon die het artikel aanbood, zonder dat dit transparant wordt gemaakt. En soms wordt gepubliceerd op basis van een document dat niet zelf is ingezien. Dat patroon ondermijnt het vertrouwen in de media.
Een medium dat zijn publiek serieus neemt, publiceert niet alleen de beschuldiging, maar ook de reactie van de beschuldigde. Het maakt inzichtelijk welke feiten vaststaan, welke bronnen zijn geraadpleegd en welke belangen mogelijk spelen. En het zorgt dat brondocumenten zelf worden ingezien én dat de betrokkene die documenten kan zien vóór publicatie. Wie dat nalaat, kiest voor gemak boven integriteit.
Criteria
Een zorgvuldig wederhoorproces voldoet aan vier eisen: het document is geverifieerd op authenticiteit en herkomst; de journalist heeft het brondocument zelf ingezien; de betrokkene heeft het kunnen inzien en is vooraf gehoord; en de reactie is verwerkt in het artikel, ook als die afwijkt.
Een redactie die belangenverstrengeling serieus neemt, vermijdt situaties met persoonlijk, zakelijk of politiek belang, meldt het belang wanneer vermijding niet kan, en maakt eigenaar en banden openbaar. Conclusies moeten voortkomen uit vastgestelde feiten, niet uit aannames of verborgen belangen.
Uitzonderingen
Wederhoor is essentieel, maar niet altijd vooraf mogelijk. Bij gevaar voor bronnen – bijvoorbeeld wanneer voorafgaand contact een klokkenluider zou onthullen – kan een redactie pas na publicatie om een reactie vragen. Ook bij herhaaldelijke weigering of een misstand die anders verborgen blijft, kan publicatie zonder voorafgaand wederhoor gerechtvaardigd zijn.
Dan is transparantie over de werkwijze des te belangrijker; de IFJ Global Charter staat in artikel 4 verborgen opnamen toe wanneer informatie van algemeen belang op geen andere manier kan worden verkregen.
Ook bij documentinzie geldt een nuance: als een document niet volledig kan worden gedeeld omdat de bron het niet vrijgeeft uit vrees voor represailles, moet de redactie dat transparant melden en aangeven hoe de authenticiteit anders is geverifieerd. Het uitgangspunt blijft: de betrokkene moet de documenten kunnen inzien, tenzij dat redelijkerwijs niet mogelijk is.
Slotreflectie
Een mediaplatform dat zorgvuldig omgaat met wederhoor, belangenverstrengeling en documentinzie draagt bij aan een gezonde publieke informatievoorziening. Alleen wanneer betrokken partijen tijdig worden gehoord, feiten worden gescheiden van interpretaties, belangen openbaar zijn en brondocumenten zijn gecontroleerd én gedeeld met de betrokkene, kan het publiek vertrouwen op een zorgvuldige mediapraktijk.
───
Verantwoording van bronnen
· IFJ Global Charter of Ethics for Journalists (2019), artikelen 1, 4 en 5.
· IFJ Bordeaux Declaration (1954, geamendeerd 1986), artikel 8.
· SPJ Code of Ethics, secties “Seek Truth and Report It” en “Act Independently”.
· UNESCO Media Development Indicators (2008), aangenomen door de IPDC Intergouvernementele Raad op 26 maart 2008.
Auteur: Jamie von Niesewand
Burger met bijzondere belangstelling voor mediaprocessen en journalistieke zorgvuldigheid.







