
De Vereniging van Deurwaarders in Suriname maakt zwaarwegend bezwaar tegen onderdelen van de ontwerpwet tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Volgens de vereniging bestaat het risico dat burgers en ondernemingen die na een rechtszaak gelijk hebben gekregen, hun toegewezen geld moeilijk of zelfs niet meer kunnen innen.
De zorgen richten zich met name op voorstellen waarbij bestaande beslagen op staatsmiddelen collectief kunnen worden opgeheven en brede categorieën van geld en goederen van de Staat tegen beslag worden beschermd.
De Vereniging benadrukt dat zij niet tegen bescherming van de openbare dienstverlening is. Geld en goederen die aantoonbaar noodzakelijk zijn voor essentiële overheidstaken kunnen volgens haar bijzondere bescherming krijgen. Het bezwaar is vooral gericht tegen de wijze waarop dit in het wetsvoorstel wordt geregeld.
Volgens de deurwaarders kan het ontwerp ertoe leiden dat bestaande beslagen in één keer worden opgeheven, zonder dat een rechter per individuele zaak beoordeelt of dit noodzakelijk, redelijk en evenwichtig is.
De vereniging wijst erop dat beslag in veel gevallen pas wordt gelegd nadat een betalingsverplichting niet is nagekomen, aanmaningen geen resultaat hebben opgeleverd en een rechtszaak is gevoerd. Als de Staat vervolgens ondanks een uitvoerbare rechterlijke uitspraak niet betaalt, kan beslag het laatste wettelijke middel zijn om betaling af te dwingen.
De deurwaarders wijzen daarnaast op het huidige artikel 479 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Volgens de vereniging kan de Staat op basis daarvan al via een kort geding om onmiddellijke opheffing van een derdenbeslag vragen wanneer het openbaar belang dat vereist. De rechter kan daarbij de concrete omstandigheden van de zaak beoordelen.
De Vereniging vindt onvoldoende aangetoond waarom deze bestaande en snelle rechterlijke procedure niet zou volstaan. Volgens haar is onafhankelijke rechterlijke toetsing juist van belang wanneer de Staat tegelijkertijd wetgever, schuldenaar en financieel belanghebbende is.
Naast de beslagproblematiek vraagt de Vereniging aandacht voor de oorzaak van betalingsconflicten met de Staat. Zij noemt onder meer gebrekkige betalingsdiscipline, onvoldoende dossierbeheer en het niet tijdig uitvoeren van rechterlijke uitspraken.
De Vereniging doet daarom verschillende voorstellen. Zo moet volgens haar de individuele rechterlijke toetsing behouden blijven voordat een bestaand beslag wordt opgeheven. Ook zouden alleen middelen die aantoonbaar en onmiddellijk nodig zijn voor de openbare dienstverlening bescherming moeten krijgen. Verder zouden alternatieven zoals gedeeltelijke opheffing, vervangende zekerheid of een betalingsregeling moeten kunnen worden overwogen.
Ook pleit de Vereniging voor een versnelde procedure met hoor en wederhoor in plaats van automatische nietigheid van bestaande beslagen. Daarnaast stelt zij een centrale betalingsvoorziening voor uitvoerbare vonnissen tegen de Staat voor, met een wettelijke betalingstermijn van bijvoorbeeld 30 of 60 dagen.
De deurwaarders roepen De Nationale Assemblée op om de behandeling van de omstreden bepalingen aan te houden totdat een brede juridische consultatie heeft plaatsgevonden. Zij willen dat onder meer het Hof van Justitie, de Procureur-Generaal, de Surinaamse Orde van Advocaten, de Vereniging van Deurwaarders en andere deskundigen formeel worden gehoord.
De Vereniging zegt beschikbaar te zijn om haar standpunt mondeling toe te lichten aan de Commissie van Rapporteurs. De kern van haar boodschap is dat de openbare dienstverlening moet worden beschermd, maar dat daarbij ook de rechten van burgers, het gezag van de rechter en het vertrouwen in de rechtsstaat moeten worden gewaarborgd.







