
In Suriname zijn er na ongeveer tien jaar opnieuw gevallen van chikungunya vastgesteld. Stephanie Cheuk A Lam, waarnemend hoofd van de Milieu-Inspectie bij het Bureau voor Openbare Gezondheidszorg (BOG) zegt tegenover de Communicatie Dienst Suriname dat het belangrijk is om samen te werken voor de indamming van chikungunya. Op basis van eerdere uitbraken verwacht het BOG dat de piek van de besmettingen drie tot vier maanden duurt en daarna geleidelijk afneemt.
Aangezien de eerste symptomen vermoedelijk al in december begonnen, kan in de komende twee tot drie maanden een reductie worden verwacht. Voor chikungunya bestaan geen specifieke medicijnen of goedgekeurde vaccins; de behandeling is gericht op symptoombestrijding.
De eerste bevestigde besmettingen werden in januari van dit jaar geanalyseerd door het Centraal Laboratorium, hoewel uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat sommige personen mogelijk al sinds december symptomen vertoonden. In Suriname wordt standaard getest op meerdere arbovirussen. Dit zijn virussen die door geleedpotigen wordt verspreid, waaronder dengue, chikungunya, gele koorts, het oropouchevirus en mayaro. “Elke sample die bij het
Centraal Lab binnenkomt, wordt automatisch op al deze virussen onderzocht. Dat verklaart waarom we met zekerheid kunnen zeggen dat er in de afgelopen tien jaar geen chikungunya-cases zijn vastgesteld”, aldus Cheuk A Lam.
De uitbraak is vermoedelijk vanuit het buitenland geïntroduceerd door een besmette persoon die in Suriname aankwam en door een Aedes-muskiet was gestoken, waarna lokale verspreiding volgde. De eerste besmetting is niet exact te herleiden. De meeste gevallen zijn in Paramaribo, vooral in Paramaribo-Noord, het Centrum en Kwatta, met daarnaast meldingen in Wanica, Commewijne en Marowijne (Moengo).
Naast laboratoriumbevestigde gevallen zijn er ook zogeheten ‘suspect cases’ geregistreerd: personen met duidelijke symptomen zonder laboratoriumonderzoek. Ook is er één ‘probable case’ vastgesteld, waarbij sprake is van klachten bij een huisgenoot van meerdere positief geteste personen.
Na vaststelling van de uitbraak heeft het BOG meerdere afdelingen gemobiliseerd en samen met Openbare Werken grofvuil in risicogebieden verwijderd om muskietenbroedplaatsen aan te pakken. Milieu-inspecteurs controleren woningen en bestrijden larven, terwijl entomologen onderzoek doen naar muskietensoorten en -dichtheid.
Het BOG roept de bevolking op om stilstaand water rond woningen te verwijderen en broedplaatsen te voorkomen.






