President Jennifer Simons heeft bij de presentatie van de begroting voor 2027 in De Nationale Assemblée aangekondigd dat het financiële huis van de Staat op orde moet zijn voordat de grote olie-inkomsten binnenkomen. Ze noemde 2027 het “voorbereidingsjaar” en zei dat de economische rust in het eerste regeerjaar is hersteld, maar dat de schuldenlast hoog blijft.
Begroting 2027: tekort van SRD 10,8 miljard
Voor 2027 raamt de regering de overheidsinkomsten op SRD 70,1 miljard en de uitgaven op SRD 80,9 miljard. Het begrotingstekort komt daarmee uit op SRD 10,8 miljard, gelijk aan 4 procent van het BBP. Van de uitgaven is circa SRD 25,4 miljard bestemd voor operationele kosten en SRD 55,6 miljard voor de uitvoering van programma’s.

Staatsschuld nog boven 100 procent van het BBP
De overheidsschuld bedroeg in augustus 2026 SRD 177,8 miljard, oftewel 100,4 procent van het BBP. De wettelijke bovengrens is 60 procent. Simons zei dat de schuldquote vanaf 2027 op een duurzaam dalend pad moet komen, door begrotingsdiscipline, groei, hogere staatsinkomsten en het voorkomen van nieuwe ongedekte verplichtingen. Productieve investeringen moeten zoveel mogelijk niet met directe leningen worden gefinancierd.
Verbeterde cijfers
Volgens de voorlopige cijfers over 2026 is er vooruitgang geboekt:
- Het primair saldo verbeterde van min 5 procent van het BBP in 2025 naar plus 5,2 procent in het tweede kwartaal van 2026.
- De gemiddelde inflatie bedroeg tot en met juli 8,9 procent.
- De internationale reserves stegen tot bijna US$ 2 miljard, goed voor een importdekking van 8,2 maanden.
- Voor 2026 wordt een economische groei van circa 3,9 procent geraamd.
- De wisselkoers daalde licht en bleef vooral stabiel. Volgens de President moet dit pad verder worden bewaakt, omdat de wisselkoers de inflatie in hoge mate drijft.
Obligaties en betalingsachterstanden
In november 2025 gaf Suriname twee internationale obligaties uit met looptijden van vijf en tien jaar, samen US$ 1,575 miljard. In februari 2026 volgde een heropening van de 10-jarige obligatie ter waarde van US$ 265 miljoen. De middelen dienden vooral voor herfinanciering. Zo werd de obligatie met vervaldatum 2033 teruggekocht, is het olie-gerelateerde Value Recovery Instrument (VRI) volledig afgekocht en zijn bepaalde commerciële en bilaterale schulden, waaronder die aan Paris Club-crediteuren, vervroegd afgelost. Ongeveer US$ 185 miljoen uit de heropening ging naar dringende projecten in onder meer agrarische sector, gezondheidszorg en onderwijs.
Bij het aantreden van de regering troffen de autoriteiten betalingsachterstanden aan van circa SRD 7 miljard. Die worden geleidelijk afgebouwd, terwijl nieuwe achterstanden moeten worden voorkomen.
Meer inkomsten zonder zwaardere belastingdruk
De regering wil de staatsinkomsten vergroten via betere naleving en inning, verbreding van de belastinggrondslag en het tegengaan van weglekken van middelen, in plaats van dezelfde burgers en bedrijven zwaarder te belasten. In 2026 zijn zes ontwerpwetten aan De Nationale Assemblée aangeboden voor een belasting- en inningsautoriteit. In 2027 volgen meer digitalisering, gerichte controles en sterkere invordering. Ook de Douane wordt versterkt.
Koopkracht en sociale voorzieningen
Per september 2026 is een loonaanpassing van 15 procent toegekend aan ambtenaren, leerkrachten en overige landsdienaren. Daarmee komen de 2.153 ambtenaren die eind juli onder het bruto minimummaandloon zaten boven die grens uit. De AOV steeg van SRD 2.250 naar SRD 3.250 per maand en de Algemene Kinderbijslag van SRD 125 naar SRD 250 per kind. In de eerste zeven maanden van 2026 werd circa SRD 4,15 miljard aan sociale voorzieningen besteed.
Spaar- en Stabilisatiefonds
Simons benadrukte dat het Spaar- en Stabilisatiefonds vóór de eerste storting volledig operationeel moet zijn. Na de afwikkeling van het VRI moet de wet rond het fonds opnieuw worden aangepast. De regering zal steeds moeten afwegen wat wordt gebruikt voor ontwikkeling, schuldvermindering en sparen.
“Ik ben geen persoon van beloftes; ik verkies resultaat boven woorden,” zei de President, die het tweede begrotingsjaar in het teken van uitvoering stelde.







